Welkom, president Gauck

De Vluckt, van Hein Koreman

Duitse hoogwaardigheidsbekleders zijn nog altijd niet welkom op de nationale herdenking op de dam. Helaas, want wat is er nu mooier dan dat Duitsers en Nederlanders samen de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en daarna herdenken. Gelukkig is dit jaar wel de Duitse president Gauck wel welkom om de bevrijdingslezing te geven tijdens de officiële plechtigheid op bevrijdingsdag, die dit jaar in Breda plaats vindt. Maar, wederom, helaas is daar nu ook weer ophef over.

Arthur Graaff, hoofdredacteur van de oorlogssite nieuwswo2.tk, is vandaag een actie begonnen tegen de komst van bondspresident Gauck. Zijn stelling: zolang de in 1952 uit de Bredase koepel ontsnapte oorlogsmisdadiger Klaas Carel Faber nog altijd op vrije voeten leeft in Duitsland, is de Duitse bondspresident niet welkom in Breda.

Laat ik voorop stellen dat ik van mening ben dat, hoge leeftijd of niet, de ex ss-er Faber die 22 moorden op zijn naam heeft staan, zijn straf dient uit te zitten. Dat kan in Nederland, waar hij tot levenslang was veroordeeld maar in 1952 uit de Bredase koepel wist te ontsnappen, maar dat kan wat mij betreft ook in Duitsland. Eerdere verzoeken van Nederland hebben tot nog toe echter niet tot uitlevering van de van oorsprong Nederlandse Duitser geleid.

Graaff vind het dan logisch om Gauck als persona non grata te verklaren in Breda. Daar gaat hij echter te ver. Dat Faber nooit is uitgeleverd, is immers in eerste instantie een juridische kwestie. Een verzoek van Nederland uit 1953 werd afgewezen door de rechtbank in Düsseldorf. In 1957 werd Faber opnieuw vrijgesproken. En, hoe walgelijk het verleden van Faber ook is en hoeveel vraagtekens de uitspraken uit die tijd ook oproepen, een algemeen geldend rechtsprincipe is nu eenmaal dat men niet makkelijk twee maal voor hetzelfde feit berecht kan worden.

Daarnaast wringt er nog een ander democratisch principe. De Nederlandse politiek kan via allerlei drukmiddelen, zoals het terugtrekken van de uitnodiging aan Gauck, de Duitse politiek proberen onder druk te zetten om alsnog een uitlevering te forceren. Nog los van de vraag of dat de meest effectieve methode is om dat doel te bereiken, verhoudt het middel van de politieke druk tot uitlevering zich maar moeizaam met de scheiding tussen de politiek-bestuurlijke (wetgevende en uitvoerende) machten enerzijds en de rechterlijke macht anderzijds. Een uitvoerend minister kan opdracht geven aan het openbaar ministerie om iemand vervolgd of uitgeleverd te krijgen, maar het is een onafhankelijke rechtbank die dit uiteindelijk beoordeelt op grond van de in de casus geldende wetgeving. De wetgevende macht kan andere wetten doorvoeren, maar die zijn in een fatsoenlijke rechtstaat niet zomaar met terugwerkende kracht toepasbaar.

De eis van Graaff aan de Bredase politici om kenbaar te maken dat Gauck op bevrijdingsdag niet welkom is om daarmee de uitlevering van Faber te forceren, staat welbeschouwd dus haaks op de principes van de democratische rechtstaat die we tijdens bevrijdingsdag nu juist vieren. En is het centrale thema van de bevrijding met daaropvolgende opbouw van een democratische rechtstaat in Nederland, maar ook in Duitsland, niet juist dat deze principes ten enenmale prevaleren boven gevoelens van vergelding? Of, anders gezegd, dat het recht alleen dan recht kan zijn wanneer op iedereen dezelfde rechtsregels van toepassing worden verklaard, oorlogsmisdadiger of niet?

Helemaal pijnlijk is het daarbovenop nog eens dat het nu bij uitstek de persoon van Joachim Gauck is die door Graaf als persona non grata wordt gezien. Gauck heeft tijdens zijn leven in het totalitaire Oost-Duitsland altijd stelling genomen tegen het communisme en voor mensenrechten. Als politicus maakte hij zich sterk voor het berechten van de verantwoordelijkheden van de vele misdaden onder het communistische regime. Dat nu juist een tegenstander van totalitaire ideeën, of ze nu voortkomen uit het nationaalsocialisme of het communisme, zal juist hij voelen hoe pijnlijk het is dat sommige handlangers van dergelijke regimes nog altijd vrij rondlopen. De Graaff stelt weliswaar dat het niet Gauck als persoon is, die wat hem betreft onwelkom is, maar ‘slechts’ in de functie van bondspresident, maar die stelling houdt weinig stand gezien de naam die Graaff voor zijn actie gekozen heeft: „Glauck niet, Faber wel”.

De raderen van een democratische rechtstaat draaien stroef. En in de kwestie Faber hebben rechtbanken in het verleden wellicht de verkeerde uitspraken gedaan. Desondanks moeten we vertrouwen hebben in de principes en de werking van de democratische machine. Deze principes opzij zetten om het uitleveren van oorlogsmisdadigers te versoepelen, zou een onverteerbare buiging in de richting zijn van een regime waar we met de bevrijding hoopten voor altijd van af te zijn.

Verspreid het woord:
  • Twitter
  • Facebook
  • LinkedIn
  • eKudos
  • Technorati
  • MySpace
  • del.icio.us
  • NuJIJ
  • Orkut
  • Ping.fm
  • Identi.ca
  • Live
  • Tumblr
  • Digg
  • Yahoo! Buzz
  • Google Buzz
  • Google Bookmarks
  • email
  • RSS

Posted in opinie en commentaar, politiek | Tagged | 1 Comment

Zondagmiddag laat

Fragment van 'Malle Babbe' van Frans Hals

De barman draait enthousiast het ene Nederlandse nummer na het andere. Mooie nummers. Boudewijn de Groot, Jules de Korte. En, vooruit, Armand. Met zijn vijven zitten we aan de bar en zingen enthousiast mee. Het is zondag heel laat in de middag. De kleine wijzer van de wandklok staat op tien.

Het zijn allemaal nummers van ver voor mijn tijd. Maar ergens ook weer niet. Mijn jongste oom had een kast vol cassettebandjes waar ze allemaal op stonden: de liedjes van Boudewijn de Groot, Astrid Nijgh, Klein Orkest, Elly en Rikkert. In mijn herinnering heb ik ze stuk voor stuk gekopieerd. En kapot gedraaid.

Ik hoor de muziek en denk terug aan de tijd dat ik de nummers voor het eerst hoorde. De composities van Boudewijn de Groot, de poëtische teksten van Lenneart Nijgh. Ik was kind en wist niet dat zulk moois bestond. Maar het gevoel van ontdekking is verdwenen. Het heeft plaatsgemaakt voor herkenning. De spanning is weg.

Een gevoel van melancholie vult de ruimte. Maar het deert niet, het maakt niet verdrietig. Ik bestel nog een Hoegaarden en drink op Malle Babbe. Dit is vrolijke melancholie.

Verspreid het woord:
  • Twitter
  • Facebook
  • LinkedIn
  • eKudos
  • Technorati
  • MySpace
  • del.icio.us
  • NuJIJ
  • Orkut
  • Ping.fm
  • Identi.ca
  • Live
  • Tumblr
  • Digg
  • Yahoo! Buzz
  • Google Buzz
  • Google Bookmarks
  • email
  • RSS

Posted in dagelijks leven | Tagged , , , | 2 Comments

Babymoord



Waar blijft de morele verontwaardiging? Ik vraag het me al twee dagen af. Maar het is rustig op twitter en op de opiniepagina;’s van de kranten. En dat vind ik verontrustend. Als twee ethici in een artikel naar voren brengen dat postnatale abortus zou kunnen worden toegestaan, verwacht ik een spontane uitbraak van volkswalging.

In het artikel ‘After-birth abortion: why should the baby live?’ schrijven  bio-ethicus Alberto Giubilini en ethicus Francesca Minerva kort gezegd dat er geen noemenswaardig moreel verschil zit in het aborteren van een foetus en  een pasgeboren baby. In beide gevallen gaat het om potentieel leven, zo stellen de acteurs, maar nog niet om een volwaardig persoon. Die volwaardigheid koppelen ze aan zelfbewustzijn. Wie niet zelfbewust is, is geen ‘echte persoon’.

Het artikel begint met een situatieschets waarin een ernstig defect, een ziekte, pas na de geboorte wordt geconstateerd. Was deze constatering eerder gedaan, stellen de schrijvers, had gekozen kunnen worden voor een abortus. Waarom zou, wanneer de ‘verborgen gebreken’ pas na de geboorte geconstateerd worden, niet alsnog tot postnatale abortus overgegaan kunnen worden? Nu is deze vraag an sich nog legitiem, al zou ik het dilemma eerder willen scharen onder euthanasie.

Het artikel wordt onsmakelijk, wanneer de schrijvers andere redenen opsommen die mensen kunnen hebben voor het plegen van abortus. Bijvoorbeeld wanneer het syndroom van Down wordt geconstateerd. Ook al kunnen kinderen met een dergelijke handicap zeer gelukkig leven in het verschiet hebben, vormt de opvoeding van deze kinderen een zware last voor de ouders en de samenleving die de economische kosten moet dragen, zo schrijven de auteurs.

Om vervolgens zelfs te claimen dat zelfs zonder dat er sprake is van een handicap, postnatale abortus mogelijk moet zijn. Immers, zo claimen zij, de status van de pasgeboren baby is gelijk aan die van een foetus, er is sprake van potentieel persoon, niet een echt persoon. En aangezien een pasgeboren baby ook geen toekomstambities heeft, is er in feite ook niemand beknot in zijn ontwikkelingsmogelijkheden.

Wat de schrijvers in feite doen is het creëren van een onderscheid tussen de waarde van kinderen en volwassenen enerzijds, en baby’s anderzijds. Baby’s zijn minder waard en mogen dus worden vermoord, wanneer zij een te zware last worden voor de ouders. Letterlijk schrijven ze: het veronderstelde recht van individuen zoals foetussen en pasgeborenen om hun potentieel te bereiken, is ondergeschikt aan de belangen van echte mensen. Het belang van echte mensen kan worden bedreigd door een nieuw kind, zelfs wanneer het kerngezond is, omdat het energie, geld en zorg nodig heeft. Dit maakt levensbeëindiging van een pasgeboren baby legitiem.

Wat bij het lezen het meest in het oog springt, is de onnauwkeurigheid waarmee de centrale stelkling wordt onderbouwd. In tegenstelling tot wat de auteurs als uitgangspunt nemen, is er nergens in de wereld regelgeving waarin abortus gedurende de gehele draagperiode van negen maanden is toegestaan. Zelfs in één van de meest liberale landen op dit punt, Nederland, geldt dat dit tot maximaal 24 weken in de zwangerschap is toegestaan. Deze grens is gebaseerd op het moment waarop de foetus buiten de baarmoeder levensvatbaar is. De waarde van het leven wordt dus niet gekoppeld aan de aanwezigheid van zelfbewustzijn of het kunnen hebben van een eigen ambitie, maar op levensvatbaarheid. Aangezien een pasgeborene ook levensvatbaar is, zou een vergelijking van een pasgeborene met een levensvatbare foetus dus opleveren dat in beide gevallen levensbeëindiging onacceptabel is.

Maar het is uiteindelijk niet eens deze onzorgvuldigheid in de redeneertrant van de wetenschappers die een intense en diepgrondige walging bij me oproept. Het is uiteindelijk vooral de laconieke manier waarop gedacht en geschreven wordt over de waarde van het leven die ik abject vind. En ondertussen vraag ik me af waar de maatschappelijke verontwaardiging blijft. De collectieve afkeer. De massale walging.

Verspreid het woord:
  • Twitter
  • Facebook
  • LinkedIn
  • eKudos
  • Technorati
  • MySpace
  • del.icio.us
  • NuJIJ
  • Orkut
  • Ping.fm
  • Identi.ca
  • Live
  • Tumblr
  • Digg
  • Yahoo! Buzz
  • Google Buzz
  • Google Bookmarks
  • email
  • RSS

Posted in opinie en commentaar | Tagged , , , , | 10 Comments

De Sabbat en het Recht

Raam in de Schneider-synagoge in Galata, Istanbul

Mijn oog viel op een onschuldig ogend berichtje op pagina 6 van het NRC-Handelsblaadje van gisteren. Het OM gaat in beroep tegen een vonnis waarin een orthodoxe Jood is vrijgesproken van een boete van 60 euro voor het tijdens de Sabbat niet bij zich dragen van een id-bewijs. Het bericht eindigt met een citaat van GroenLinks-Kamerlid Tofik Dibi, die het vonnis „de omgekeerde wereld” noemt. Volgens Dibi wordt ‘religie begrensd door de wet’ en niet andersom. Met die uitspraak begaat hij een dubbele denkfout.

Het vonnis van de Haagse kantonrechter dateert eigenlijk al van een week geleden, maar is door de carnavalsdrukte aan mijn aandacht ontsnapt. Wat is er nu precies aan de hand? Op een bewuste vrijdagavond is na zonsopgang een orthodoxe man gevraagd zijn id-bewijs te tonen. De man kon dit niet, aangezien de orthodox-joodse leefregels voorschrijven dat het tijdens de Sabbat niet is toegestaan iets anders bij je te dragen dan de kleding die je aan hebt. Dit voorschrift komt uit het eerste van twaalf tractaten van de Seder Mo’eed, waarin staat voorgeschreven hoe men zich dient te gedragen op bijzondere dagen in het jaar. In dit eerste tractaat, Sjabbat geheten, staat als laatste van de 39 verboden dat het een Jood niet is toegestaan voorwerpen van het private domein naar het publieke domein te dragen, of andersom.

De Joodse man heeft de politie vervolgens toestemming gegeven thuis zijn rijbewijs op te halen en daarmee zijn identiteit vast te stellen. Desondanks kreeg hij later een boete van 60 euro voor het overtreden van de wet op de identificatieplicht. De man tekende daartegen bezwaar aan en uiteindelijk kwam de zaak voor de Haagse kantonrechter. Die oordeelde dat de Joodse man de politie in de gelegenheid had gesteld zijn identiteit gemakkelijk en binnen een uur te controleren en sprak hem vrij van verdere vervolging. Het gevolg: ophef in de Kamer, een OM dat in hoger beroep gaat en onder meer deze reactie van Tofik Dibi: „Het lijkt de omgekeerde wereld. Elke religie is begrensd door de wet en de wet wordt niet begrensd door religieuze overtuigingen”.

Die uitspraak is maar ten dele waar. Allereerst garandeert Artikel 6a van onze grondwet iedereen het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden. Daar voegt datzelfde artikel wel aan toe dat dit recht geldt behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. Bij een brede wetsinterpretatie kun je stellen dat hiermee bedoeld wordt dat het een ieder vrij staat een godsdienst te belijden zolang hiermee de rechtsorde maar niet in gevaar gebracht wordt. De Haagse kantonrechter meent dat aan die verantwoordelijkheid, het respecteren van de rechtsorde, tegemoet gekomen is, doordat de man de politie binnen een redelijke termijn in de gelegenheid stelde zijn identiteit te controleren. De rechter: „Van belang hierbij is uiteraard ook dat het wettelijk voorschrift dat de verdachte heeft overtreden slechts een overtreding betreft (dus geen misdrijf) en dat de identiteit van de verdachte op zijn aanwijzing op gemakkelijke wijze binnen een uur kon worden vastgesteld.”

De denkfout die Dibi maakt, is dat het gedrag van mensen, dus ook hun religieuze handelen weliswaar is begrensd door de wet, maar dat deze begrenzing nooit in absolute termen opgelegd mag en kan worden. In het Nederlandse rechtssysteem is de rechter er immers niet alleen om de wetsteksten te interpreteren en toe te passen, maar ook om de omstandigheden van een overtreding mee te wegen. Zou een rechter dit niet doen, kunnen we voortaan net zo goed een computer alle rechterlijke vonnissen laten uitschrijven. Hier is dus geen sprake van een ‘omgekeerde wereld’, maar van twee botsende werkelijkheden waarbij het aan een rechter is om tot een genuanceerd oordeel te komen. Dibi zou dit als geen ander moeten begrijpen, aangezien juist hij, terecht, pleit voor soepele toepassing van de wet als het gaat om bijvoorbeeld, een kinderpardon voor langdurig in Nederland wonende minderjarige asielzoekers. Te meer aangezien bij de behandeling van de wet op de identificatieplicht in de Tweede Kamer het probleem voor orthodoxe Joden al aan de orde is gekomen en door toenmalig Minister Donner is toegezegd dat de politie in de handhaving van de wet wel rekening zou houden met de speciale positie van deze groep („Er zijn wel uitzonderingen. We hebben het gehad over de problematiek van orthodoxe joden op de sabbat. In dat soort situaties kan ik me voorstellen dat je die mogelijkheid nog geeft bij de handhaving”).

De tweede fout van Dibi is wellicht nog veel belangrijker. Met zijn reactie scheert Dibi namelijk langs, en stapt hij wellicht zelfs over de voor de democratie zo belangrijke scheidingsgrens tussen de machten. Het is, of was in ieder geval lange tijd, usance om als volksvertegenwoordiger geen commentaar te leveren op uitgesproken vonnissen. Dit goed gebruik is in een toenemend gepolariseerd klimaat bij velen weliswaar niet meer erg in de mode, maar van een GroenLinks-politicus verwacht ik beter.

Dibi zou nog kunnen beargumenteren dat zijn commentaar niet was gericht op het vonnis, maar op een kennelijk niet voldoende dwingend omschreven tekst in de wet op de identificatieplicht. Hoewel dit argument op basis van de wetsteksten moeilijk hard te maken is, zou Dibi, mocht dat het geval zijn, dus pleiten voor een strenger omschreven id-plicht. Ook dat is ongeloofwaardig, aangezien GroenLinks bij uitstek de partij is die juist grote moeite heeft gehad met de invoering van deze wet.

Overigens was het niet alleen Dibi die in zijn commentaar op dit vonnis een in mijn ogen dubieuze positie innam. Een Kamermeerderheid van VVD, PvdA, PVV, D66 en GroenLinks heeft opheldering gevraagd aan de minister. Met de tweet van D66-Kamerlid Boris van der Ham als voorlopig dieptepunt: „God boven de wet? Nee. Godsdienst is niets meer dan een van de vele meningen, en is begrensd door zelfde overheidswetten.”

In het huidige politieke klimaat lijkt de seculiere meerderheid een religie gelijk te stellen aan een mening. Terwijl religie gelijk gesteld dient te worden aan een levensovertuiging die verder gaat dan een persoonlijke opinie. Het gaat immers ook om een aangenomen set gedragsregels die in dit geval hun oorsprong vinden in een dieperliggend godsgeloof. De samenleving, en daarmee de wet, dient rekening te houden met en ruimte te bieden aan mensen met een levensopvatting deze na te leven. Daar gaat artikel 6 in de grondwet ook over. Daarmee hoeft aanhangers van religie niet méér rechten of méér vrijheden te worden toegekend dan anderen. Maar erkenning van de benodigde ruimte te kunnen leven volgens de eigen regels, zonder dat daarmee de rechtsorde wordt aangetast, zou niet te veel gevraagd mogen zijn. Zeker niet voor een land waarin de vrijheid van godsdienst zo’n beetje is uitgevonden.

Verspreid het woord:
  • Twitter
  • Facebook
  • LinkedIn
  • eKudos
  • Technorati
  • MySpace
  • del.icio.us
  • NuJIJ
  • Orkut
  • Ping.fm
  • Identi.ca
  • Live
  • Tumblr
  • Digg
  • Yahoo! Buzz
  • Google Buzz
  • Google Bookmarks
  • email
  • RSS

Posted in opinie en commentaar, politiek | Tagged , , | 3 Comments

Eeuwig gaat voor Oogenblik

fotorolletje

Best handig natuurlijk, zo’n digitaal fototoestel. Je drukt de foto af en ziet direct het resultaat. En als dat niet bevalt, maak je nog een afdruk, en nog één. Net zolang totdat het resultaat tevreden stemt. De opslagcapaciteit van een flash-kaartje is, voor alle praktische doeleinden, nagenoeg oneindig. De romantiek rondom de fotografie is effectief om zeep geholpen.

Hoe anders was dat nog maar enkele jaren geleden. Een luxe als je op vakantie ging met meer dan twee rolletjes van 36 opnamen. Elke afdruk was zeldzaam, elke foto moest perfect zijn. Scherptediepte, uitkadering en precies de juiste sluitertijd om iets van beweging in de foto te krijgen. En dan, op precies het juiste moment… knip. Zelfs de keuze van de film was een elegant compromis tussen de specifieke kenmerken van de 24 of 36 mogelijke locaties waar de camera uit zijn beschermhoes genomen zou worden. Korrelgrootte, lichtgevoeligheid. Kleur of toch klassiek zwart-wit. En in dat laatste geval, de Ilford HP5 of de FP2? Of toch de Tri-X van Kodak.

Maar nog meer dan het ritueel van kiezen en knippen, was toch vooral het wachten op de afdrukken een oefening in geduld. Het rolletje, mits volgeschoten, werd teruggewonden ingeleverd bij de fotograaf, die er tot soms wel een week over deed voordat de foto’s gereed waren. Thuis aangekomen vormde het pakketje afdrukken de basis van weer een nieuw ritueel. Met een versgezette kop koffie op tafel begon de herbeleving. Hoe anders is dat nu, waar op elke seconde op elke plek wel iets door iemand wordt vastgelegd op weer een nieuwe digitale gadget, om vervolgens massaal op de timeline van facebook te worden gedumpt. Beeldinflatie.

Een analoge foto legt niet een beeld vast. Het vereeuwigt een ogenblik. In mijn fototoestel zit nog een half volgeschoten Kodak Portra. Geduldig wachten wij samen een goed moment af, het rolletje en ik. Om opnieuw te beleven. Met een stevige mok verse koffie.

Verspreid het woord:
  • Twitter
  • Facebook
  • LinkedIn
  • eKudos
  • Technorati
  • MySpace
  • del.icio.us
  • NuJIJ
  • Orkut
  • Ping.fm
  • Identi.ca
  • Live
  • Tumblr
  • Digg
  • Yahoo! Buzz
  • Google Buzz
  • Google Bookmarks
  • email
  • RSS

Posted in dagelijks leven | Tagged | Leave a comment

Homo’s in het nieuws

Bijbel

Hoorde ik vanochtend eerst op het nieuws dat de parttime Opperrabijn van Amsterdam, ene heer Ralbag, in de Verenigde Staten een petitie heeft ondertekend waarin staat dat joodse homoseksuelen in therapie moeten omdat een homoseksuele levensstijl niet aansluit bij de Torah. En vervolgens dat homoseksuelen die zich bij de christelijke organisatie Different laten behandelen, dit van hun ziektekostenverzekeraar vergoed krijgen. Verontwaardiging alom.

Op zich ben ik niet eens zo geschokt door de mening van de heer Ralbag. Hij vindt de homoseksuele praxis zondig en niet passen bij een joodse levensstijl. Dat mag hij vinden, al zal hij in de als liberaal te boek staande joods-Amsterdamse gemeenschap waarschijnlijk maar op beperkte instemming kunnen rekenen. Theologisch gezien zou zijn stelling zelfs nog gematigd genoemd kunnen worden. Het joods-christelijke geschrift Leviticus roept in de strafwetten (Leviticus 20.13) immers niet op tot therapie, maar tot het doden van hen ‘die het bed met een man delen als met een vrouw’. Maar laat ik me niet verleiden tot tekstexegese en me beperken tot de constatering dat deze valt binnen het domein van de godsdienstvrijheid.

Wat ik wel erg vind, is dat het statement van Ralbag tot extra verwarring leidt bij joodse jongeren die homoseksuele gevoelens bij zichzelf ontdekken. Dat is voor veel mensen al ingewikkeld genoeg zonder de ongetwijfeld liefdevol bedoelde adviezen van De Heer Ralbag. Zijn oproep om in therapie te gaan is namelijk vast niet bedoeld om te zorgen dat jonge joodse homo’s in het reine komen met hun geaardheid om er vervolgens een rijk liefdesleven op na te houden. Zijn oproep is een verkapte vorm van zeggen dat er iets grondig mis is met jonge homo’s. Niet bepaald de steun die jonge homo’s die worstelen met hun identiteit op dat moment nodig hebben.

Nog geen uur later meldt het radio-nieuws dat zorgverzekeraars verplicht zijn om een therapie te vergoeden die de christelijke organisatie Different aanbiedt aan homo’s. Op papier is die therapie bedoeld als psychologische begeleiding, niet als promotie voor een celibataire levensstijl (hier worden overigens ook trajecten voor aangeboden, maar die zijn in eerste instantie bedoeld voor partoraal medewerkers). Maar de overkoepelende stichting Tot Heil des Volks houdt er wel degelijk een aantal klassiek christelijke opvattingen op na, getuige de columns van directeur Hans van Rhee. Tot de clientèle van de organisatie Different behoren met name christelijke homoseksuelen die in conflict komen met hun geaardheid in combinatie met hun godgeloof. Is daar iets mis mee?

In beginsel niet, zou je zeggen. Maar laten we wel wezen: de reden dat homoseksuelen in conflict komen met zichzelf, komt voort uit het gebrek aan acceptatie van een homoseksuele levensstijl binnen diezelfde klassiek christelijke omgeving. Dus niet alleen zijn de geloofsgenoten van de Stichting Tot Heil des Volks deels oorzaak van de psychologische problemen die de cliënten ondervinden, ze zijn vanuit hun missie ook niet in staat de cliënten optimaal te helpen. Zij hebben vanuit het eigen geloof ongetwijfeld begrip voor de worsteling, maar hebben zij dat ultimo ook voor de seksuele verlangens van hun cliënten? Dat laatste waag ik ten zeerste te betwijfelen, gezien de visie van de stichting op homoseksualiteit (“verandering van seksuele gebrokenheid”) alsook de inhoud van de lespakketten over homoseksualiteit die dezelfde organisatie aanbiedt.

Het pijnpunt zit ‘m uiteindelijk nog niet eens zo zeer in het bestaan van dergelijke therapieën. Of praatsessies, want dat zijn het vooral. De vraag is of het legitiem is een traject dat verdacht veel lijkt op pastorale hulpverlening, missiewerk dus, te vergoed vanuit een zorgverzekeraar. In een tijd dat pgb’s worden afgeschaft, de thuiszorg onder druk staat, de geestelijke gezondheidszorg wordt beperkt en fysiotherapie aan banden wordt gelegd, lijkt me het antwoord duidelijk. Laat de herder in dit geval maar op eigen kosten voor zijn schaapjes zorgen.

Verspreid het woord:
  • Twitter
  • Facebook
  • LinkedIn
  • eKudos
  • Technorati
  • MySpace
  • del.icio.us
  • NuJIJ
  • Orkut
  • Ping.fm
  • Identi.ca
  • Live
  • Tumblr
  • Digg
  • Yahoo! Buzz
  • Google Buzz
  • Google Bookmarks
  • email
  • RSS

Posted in opinie en commentaar | Tagged , | 1 Comment

De Broeikas van de Vrijheid

Aarde

Kameraad en filosoof Simon Otjes schreef gisteren op zijn blog, in het vierde deel in een reeks reacties op het boek ‘Het Huis van de Vrijheid‘ van Rutger Claassen, dat er geen liberale grondslag is voor het streven naar een duurzame samenleving. Als politicus die streeft naar het smeden van brede politieke steun voor mijn idealen vind ik dat een onbevredigende stelling. Met gevaar voor eigen ego – Simon is een scherp, belezen en gepromoveerd denker – ging ik op zoek naar het tegendeel.

Beste Simon, je hebt gelijk als je stelt dat we duurzaamheid niet tot in de zesde generatie kunnen verplichten. Alhoewel je met een opname in de grondwet op zich nog best een eind zou kunnen komen. Meer prikkelend vind ik je ietwat terloopse stelling dat er vanuit liberaal perspectief geen politiek imperatief zou bestaan om als samenleving duurzaam te zijn.

Was het niet Thomas Green die bepleitte dat het individu niet los gezien kan worden van de samenleving waarin hij leeft en handelt? De staat heeft wat hem betreft daarin de rol om de politieke, maatschappelijke en economische leefomgeving dusdanig te vormen en te beschermen, opdat het individu hierbinnen optimaal kan handelen naar het eigen geweten.

Nu zit er een paradox tussen enerzijds de vormende staat en anderzijds het optimaal handelen naar het eigen geweten van elk individu. Praktisch gezien lost Green dit op door te pleiten voor subsidiariteit. Pas wanneer de locale overheid niet in staat bleek om de negatieve effecten op de mogelijkheid optimaal te handelen (ontplooiing) van individuen te bestrijden, komt wat hem betreft de nationale overheid in beeld. Als ik Wikipedia mag geloven, neemt hij daarbij de vervuilende Brouwerij-industrie in de negentiende eeuw als voorbeeld. Een duidelijk milieu-voorbeeld.

Vertaald naar de dag van vandaag kan gesteld worden dat de samenleving naast een locale en nationale component ook steeds meer een geglobaliseerde dimensie heeft. Ook de problematiek rond de klimaatverandering heeft nadrukkelijk een internationaal karakter. Supra-nationale interventie is vanuit de denkwijze van Green dan ook legitiem (wat niet uitsluit dat invulling en uitvoering nog altijd deels locaal geregeld kan worden) om zo voor langere tijd te borgen dat individuen blijvend optimaal kunnen functioneren.  In het specifieke geval van duurzaamheid raakt deze verantwoordelijkheid zowel de sociaal-maatschappelijke, de politieke en het economische umfelt waain het individu zich beweegt. Ik heb nergens het idee dat Green deze verantwoordelijkheid beperkt tot het functioneren van de nu levende generatie(s).

Relevant blijft of hier sprake is van een politiek imperatief. Verwijzend naar de theorie van de categorische imperatief van Kant stelt Simon immers dat er wel sprake kan zijn van een moreel, doch voor liberalen niet van een politiek imperatief voor het inrichten van een duurzame samenleving. Nog los van de vraag of moraliteit zo strikt gescheiden mag worden van het politieke domein, beschrijft Green wel degelijk een politieke kwestie. Hij benoemt een samenhangend stelsel van verantwoordelijkheden en plichten tussen individu en verschillende overheidslagen, een bestuurlijke leidraad bijna. Dat lijkt me bij uitstek een politiek verhaal.

Los van deze in beginsel vooral filosofische uitgangspunten vraag ik me af welke denkwijzen (diverse) liberalen erop nahouden als het gaat om een begrip als zorgplicht. Ook dit is iets dat immers niet noodzakelijkerwijs afgebakend is langs generatiegrenzen. Wellicht heeft Simon daar nog wat gedachten over.

Verspreid het woord:
  • Twitter
  • Facebook
  • LinkedIn
  • eKudos
  • Technorati
  • MySpace
  • del.icio.us
  • NuJIJ
  • Orkut
  • Ping.fm
  • Identi.ca
  • Live
  • Tumblr
  • Digg
  • Yahoo! Buzz
  • Google Buzz
  • Google Bookmarks
  • email
  • RSS

Posted in opinie en commentaar, politiek | Tagged , , | 1 Comment

Het lichtste loodje

Arbeit Nach

De ietwat rafelig overkomende dichter is op zoek naar zijn nieuwste woorden. Het zinkt weg in de kakofonie van de overige instrumenten die de ruimte proberen te vullen met iets wat lijkt op avantgardistische muziek. Het zijn de dagen tussen kerst en nieuwjaar en zelfs de klanken lijken hopeloos op zoek naar iets dat op betekenis lijkt. De laatste week van het jaar brengt altijd een angstvallig soort leegte met zich mee.

Het podium vult zich met steeds meer mensen die de schijnbaar nonchalante notenbrij tot een geheel proberen te smeden. Inmiddels staan er meer mensen op het podium dan aan de bar van het café. Boven hen hangt een kale wilgentak, behangen met kerstlampjes. Ze hangen er al een week of drie en meer dan slechts een enkele van de vele lampjes heeft er de brui aan gegeven. De spiegel achter de bar vertoont kalksporen van de laatste niet geheel succesvolle schoonmaakpoging. De leuning van de houten stoel aan mijn tafel kraakt en wiebelt. Zelfs het meubilair voelt moe en sleets.

Wanneer zelfs levenloze objecten verlangen naar een nieuw begin, dan weet je zeker dat het die trage periode tussen kerst en nieuwjaar is. De melancholie roept en lonkt. De overdenkingen van het afgelopen jaar staan als laatste nog te beslechten bastion in de weg.

De muzikanten lijken hun melodielijn hervonden te hebben en de ietwat rafelige dichter gooit in een onverwacht ogenblik sprankelende woorden de ruimte in. Die is inmiddels leeg. De hele kroeg staat op het podium. Iedereen is muzikant geworden. Dat belooft wat voor 2012


Geschreven in De Boulevard tijdens de tweede editie van Arbeit Nach, veruit het mafste open podium van Breda.
Verspreid het woord:
  • Twitter
  • Facebook
  • LinkedIn
  • eKudos
  • Technorati
  • MySpace
  • del.icio.us
  • NuJIJ
  • Orkut
  • Ping.fm
  • Identi.ca
  • Live
  • Tumblr
  • Digg
  • Yahoo! Buzz
  • Google Buzz
  • Google Bookmarks
  • email
  • RSS

Posted in dagelijks leven | Tagged , | Leave a comment

Homo Vitalis

“Je moet weer eens wat vaker gaan bloggen”, zei de oude bekende tegen mij tijens een middag afpilsen na de begrafenis van Rob Bouterse. “Anders blog je straks alleen nog maar over dode mensen”. Opnieuw is een begrafenis de aanleiding om weer eens wat op mijn blog te schrijven. Het lijkt een troosteloos leven.

Dat is het natuurlijk niet. Of niet altijd. Daarom is dit blogje voor de levenden. Vrienden, kennissen of drinkebroeders. Voor muziek en theater. En voor Artistieke Uitspattingen Geboren Uit Rare Kronkels. Voor rare ideeen, irritante mensen, vrolijke grappen. En vooruit, voor dansende bananen.

Het leven is te mooi om over te laten aan saaie mensen. Ik proost op de levenden. Of ze nu dood zijn of niet.

Verspreid het woord:
  • Twitter
  • Facebook
  • LinkedIn
  • eKudos
  • Technorati
  • MySpace
  • del.icio.us
  • NuJIJ
  • Orkut
  • Ping.fm
  • Identi.ca
  • Live
  • Tumblr
  • Digg
  • Yahoo! Buzz
  • Google Buzz
  • Google Bookmarks
  • email
  • RSS

Posted in dagelijks leven | Leave a comment

De onschuld

Tsjoekie

Zijn verblijf in Nederland had geen meer treurige aanleiding kunnen hebben. Na een maand werd het tijd om terug te keren naar zijn woonplaats, Santiago de Chile. Op zaterdagavond ontmoetten we elkaar voor wat vermoedelijk de laatste keer in een lange tijd zal zijn. We spraken over andere onderwerpen. En vooral over zijn broer.

Gedurende de avond verplaatsten we ons van Boulevard, naar Bruine Pij, naar Speeltuin. De verhalen reisden met ons mee. Een monument voor het onvermogen om te gaan met het immense verlies.

Het was diep, diep in de nacht. In een overvolle Speeltuin danste een indrukwekkend grote hardrocker met lang blond haar op een grunge-plaat uit de eerste helft van de jaren negentig. Hij volgde de bewegingen van de energieke hardrocker zwijgzaam en met een opmerkelijke precisie. Na enige tijd sloeg hij zijn ogen op en vroeg: „Kun jij je voorstellen dat zo iemand dood gaat?”

Ik beet op mijn lip en sloeg een arm om hem heen.

Verspreid het woord:
  • Twitter
  • Facebook
  • LinkedIn
  • eKudos
  • Technorati
  • MySpace
  • del.icio.us
  • NuJIJ
  • Orkut
  • Ping.fm
  • Identi.ca
  • Live
  • Tumblr
  • Digg
  • Yahoo! Buzz
  • Google Buzz
  • Google Bookmarks
  • email
  • RSS

Posted in dagelijks leven | Tagged | 1 Comment